15/02/2018 Rachida 0Comment

“Er werd niets van mij verwacht. Een waarzegster was niet nodig om mijn lot te voorspellen. Een blik op de statistieken volstond. Mijn leven zou zich afspelen in de marge, achter de gordijnen van een klein appartement, in de schaduw van een man.” Zo begint het boek “Niemand zal hier slapen vannacht”, van de Belgische activiste Rachida Aziz. Het liep anders, en gelukkig maar.

“Niemand zal hier slapen vannacht” is een adembenemende reis door het leven, lijden en strijden van Rachida Aziz. In 260 pagina’s neemt deze indrukwekkende vrouw je mee naar de beklemmende krochten van het Belgisch alledaags racisme, naar de onontkoombare tegenstrijdigheden van het zogenaamde publieke debat, naar de historische wortels van institutioneel geweld, maar bovenal naar haar persoonlijke odyssee als ondernemer, ontwerper, schrijver, vrouw, moslima, dochter van migrantenouders in een maatschappij die haar in hoeken drijft, haar identiteiten oplegt en haar geen uitweg biedt.

Aziz informeert, analyseert, vertelt en klaagt aan. En ze schrijft ontzettend mooi. Het boek is een samensmelting van “White innocence” (Gloria Wekker), “Hallo witte mensen” (Anousha Nzume) en “Between the world and me” (Ta-Nehisi Coates). Vanuit diverse hoeken en identiteiten belicht Aziz de verschillende kanten van onderdrukking, die zij soms aan den lijve heeft ondervonden, en soms uit historische en hedendaagse bronnen samenbrengt. Het is een meeslepend, informatief, mooi, radicaal en strijdbaar verhaal.

Meeslepend

“Niemand zal hier slapen vannacht” is moeilijk weg te leggen, het leest als een spannende roman, terwijl het toch een aaneenschakeling van zeer verschillende hoofdstukken is. Maar juist die afwisseling maakt het boek zo fijn om te lezen – steeds is het weer spannend waar het volgende hoofdstuk over zal gaan. Zo begint het boek, na een prachtige prelude, met een kritische uiteenzetting over de racistische kern van het normenkader dat uit de eurocentrische Verlichting is voortgekomen, gevolgd door een episode over racistische pesterijen in de schooltijd van Aziz, gevolgd door een zowel persoonlijke als historische bespiegeling op het concept van witheid. Vervolgens vertelt Aziz over haar hadj in Mekka, waar zij op een intense en bevrijdende manier ondergedompeld en overweldigd wordt door de collectieve ervaring van verbondenheid: “Mekka werd mijn Woodstock, een feest van peace and love, het sleutelmoment van een generatie”.

Vervolgens legt Aziz met bijna bureaucratische precisie uit hoe dagelijkse discriminatie en institutioneel racisme het leven van mensen van kleur, migranten en hun kinderen in België belemmeren, inperken en saboteren. In misschien wel het sterkste hoofdstuk beschrijft zij ook hoe zij zelf in de Belgische media wordt getypecast als “de moslima” of juist als uitzondering op de regel en hoe zij wordt gevraagd om als vertegenwoordiger van een imaginaire cultuur op te treden. Dit verweeft zij met een korte beschouwing op de oorsprong van het oriëntalisme in het westen. Weer verrast zij de lezer vervolgens met een gevoelig portret van haar vader en zijn generatie, gekoppeld aan de schrijnende spagaat waar zij als kind van een “gastarbeider” in verkeerde, met name vanwege de “onmogelijkheid van een generatieconflict”: “Hoe zou ik een kritische analyse kunnen maken van een generatie die als minderwaardig beschouwd wordt en waar nog altijd op wordt neergekeken op dezelfde manier als wordt neergekeken op mijn imaginaire cultuur en die van mijn generatiegenoten?”

Met weer een onverwachte sprong gaat het volgende hoofdstuk over haar kritiek op het witte feminisme waarin de plek van vrouwen (en mannen) van kleur maar al te vaak wordt opgeofferd, uitgewist of verdraaid. En weer komt er een diep persoonlijk relaas over haar ervaringen als patiënt, met lichamelijke en psychische kwalen; symbool voor en direct gevolg van alle maatschappelijke kwalen waar zij zich niet tegen kan verweren. Het afsluitende hoofdstuk – “De ontwaakte” – gaat over haar culminerende politieke bewustwording, haar strijd, die zij verbindt met andere strijden: vóór radicale gelijkwaardigheid, tegen menselijke en ecologische uitbuiting.

Het zijn allemaal verschillende kanten van hetzelfde meeslepende verhaal: het verhaal van het leven en van de persoon van Aziz. Het is deze essentie die het boek zo meeslepend maakt: zij is een indrukwekkend en uitzonderlijk mens. Of je haar al kende of niet, door haar boek maak je kennis met deze eigenzinnige, hoogbegaafde, autonome geest, en dat werkt verslavend.

Informatief

Toch is “Niemand zal hier slapen vannacht” veel meer dan een persoonlijk portret. Aziz verbindt haar persoonlijke situatie met de historische, maatschappelijke, politieke structuren en ontwikkelingen waarin zij haar weg moet vinden: “Waarom was dit mijn lot? Ik moest een antwoord vinden op die vraag. Dat was de enige manier om er greep op te krijgen. Voor mijn eigen dekolonisatieproces kon ik niet wachten op academici en hun steriele, verkalkte kennis of, godbetert, op politici die een wet stemmen in het parlement. Ik moest zelf de antropologe, historica, psychologe, filosofe en sociologe worden. De afgelopen jaren heb ik boeken verslonden, documentaires gebingewatcht, me suf gelezen aan artikels en duizenden gesprekken gevoerd met honderden mensen. Alle middelen die tot mijn beschikking stonden en staan, heb ik aangegrepen. Ik eigende mij het recht toe om zelf mijn geschiedenis te achterhalen, om mensen, hun houding en hun discours te bestuderen.”

Het resultaat is een goed onderbouwd en dus ook zeer informatief betoog dat voor elke lezer toch weer parels van historische of sociologische kennis zal openbaren. Of het nou gaat om het feminisme van negentiende-eeuwse Turkse moslima’s, de koloniale en racistische denkbeelden van zogenaamde liberale Verlichtingsdenkers als John Stuart Mill, of de schrijnende discriminatie en etnische segregatie op de Belgische arbeidsmarkt. Maar het zijn geen losstaande feitjes waarmee Aziz komt opdraven. Door alles met elkaar en met name met haar persoonlijke geschiedenis te verweven krijgt de informatie pas echt betekenis.

Mooi

Het helpt dat “Niemand zal hier slapen vannacht” ook heel erg mooi is. Dat begint al met de buitenkant, waarop we alleen twee foto’s van Aziz zien; op de voorkant contemplatief met gesloten ogen, op de achterkant met een glimlach. Geen tekst, titel of wat dan ook, waardoor het boek lijkt op een catalogus van een expositie of iets dergelijks. Ook de indeling van het boek, de verschillende kanten, rollen, identiteiten die Aziz van zichzelf laat zien (de filosofe, de sociologe, de dochter, de feministe, de verbrijzelde, de ontwaakte) zijn een fraaie vondst. Maar het mooist is uiteraard de tekst zelf – de persoonlijke verhalen roepen kippenvel, empathie, beklemming en woede op, de kritische beschouwingen zijn doeltreffend en scherp geformuleerd. Het inleidende en afsluitende hoofdstuk zijn van een literair niveau dat menig romanschrijver doet verbleken.

Radicaal

Aziz is een onafhankelijke, autonome denker. Ze vertrekt vanuit haar eigen perspectief, haar eigen narratief. Ze legt niets uit, ze weegt niets af, ze plaatst zichzelf niet in een context. Ze redeneert, niet koud of berekenend, maar met emotie en subjectiviteit, en maakt ons deelgenoot van haar overpeinzingen. Het boek lijkt geschreven zonder dat er een lezer hoeft te bestaan. Juist daardoor is het Aziz gelukt om een radicaal perspectief te schetsen.

Dat komt het meest expliciet tot uiting in haar aanval op witte feministen die in hun eigen emancipatiestrijd te veel gebruik maken van the master’s tools en daardoor de status quo niet weten te veranderen. “De uitbreiding van het stemrecht kwam erop neer dat vrouwen nu ook het recht hebben om op politici te stemmen die zich nooit houden aan hun verkiezingsbeloftes. Het recht om te gaan werken betekende dubbel zoveel arbeiders om uit te buiten, bovendien ook nog eens aan een lager loon.” Ook hier gaat ze nog een stap verder: het feminisme vertrekt vanuit een binaire genderopvatting, besloten in de strijd voor de positie van vrouwen in relatie tot mannen. Aziz wil een brede strijd die een eind maakt aan alle vormen van genderonderdrukking.

Maar haar radicale blik komt in feite terug in haar hele relaas: in haar conclusie om niet meer mee te werken met de praatprogramma’s over moslims; haar afrekening met een Vlaams filmfonds dat haar niet serieus kan nemen als documentairemaker maar alleen geïnteresseerd is in haar als persoon; haar radicale “deconstructie” van haar eigen identiteit. “Laag per laag pelde ik af tot alles in kleine blokjes in een kring om me heen lag. Daarna bouwde ik geduldig weer op.” Het resultaat spreekt voor zichzelf.

Moedig

Door haar radicale, nietsontziende en compromisloze opstelling stapt Aziz uit de schaduw van haar vroegere zelf en plaatst zij zich middenin de felle schijnwerpers van het internationale “racismedebat”. Daar is een hoop moed voor nodig. Uit haar boek spreekt het gevoel dat zij geen alternatief meer ziet dan zich met ongefilterde eerlijkheid uit te spreken. Maar ik ken weinig andere opiniemakers, succesvolle ondernemers, mediapersoonlijkheden die hun boodschap niet toch zouden afzwakken, verteerbaar maken, uitleggen aan de mainstream. Niet Aziz. Ze neemt geen blad voor de mond, wijst naar instituties, naar structuren, maar ook naar mensen, en naar zichzelf. Het is niet van vandaag op morgen gebeurd, dat laat ze wel blijken, maar ze heeft een stem ontwikkeld waar geen twijfels meer in doorklinken. Dat heeft zeker consequenties voor haar; ze maakt niet alleen maar vrienden. Maar ze ziet zichzelf niet als heldin, terwijl ze dat wel degelijk is. Ze kiest het pad van haar eigen bevrijding: “Door de bruggen op te blazen met alles wat me omklemde, heb ik me nooit vrijer gevoeld… Ik sta op beide benen. Niemand kan me nog van mijn stuk brengen.”

Strijdbaar

Het zal inmiddels wel duidelijk zijn: Aziz heeft niet zomaar een boek geschreven. Het is een manifest, een pamflet, het is een afrekening en een oproep. Ze zegt zelf dat ze geen uitgestoken hand zal bieden, alleen een gebalde vuist. Maar kunnen we ook lezen wat voor strijd zij voor zich ziet? Soms straalt haar boek juist ook een intense eenzaamheid uit. Het gaat tenslotte over haar eigen individuele worsteling, haar reflectie, deconstructie, haar vallen en weer opstaan, het opgeven van alle illusies. Maar ze is gedesillusioneerd over de huidige wereld, de systemen en de mensen die haar geen vrijheid, geen plek gunnen. Ze is niet gedesillusioneerd over de mogelijkheden tot verzet. Ze plaatst zichzelf niet expliciet in een bepaalde traditie, maar voelt zich duidelijk verbonden met andere mensen die opstaan tegen witheid, die radicaal strijden tegen patriarchale en kapitalistische uitbuiting van mens en milieu.

Haar laatste hoofdstuk is een ode aan wat zij “TheMovement” noemt, wat zij ziet als bundeling van lokale en internationale bewegingen die een eind maken aan de status quo. Ze refereert aan de dertienjarige Zulaikha Patel die in Zuid-Afrika tegen racistische schoolreglementen aan schopte, de luchthavenarbeiders uit Seattle die met hun strijd voor gebedspauzes de collectieve macht opbouwden waaruit de vijftiendollarbeweging (voor een minimumloon van vijftien dollar) ontstond, aan de milieuactivisten van Ende Gelände in Duitsland, aan Black Lives Matter-activisten, aan Philomena Essed en Gloria Wekker. Waarom deze voorbeelden? Omdat het mensen zijn die niet onderhandelen, die de rol die zij krijgen toebedeeld niet aanvaarden, omdat zij hun eigen strijd voeren, op eigen voorwaarden.

Aziz ziet de afzonderlijke bewegingen als een gezamenlijke strijd, en daarbinnen zoekt zij haar eigen plek, verwoord op haar eigen manier: “Dit boek is net zoals andere boeken die eraan voorafgingen een eerste stap in de creatie van die nieuwe kennis, wankel als de eerste schreden van een pasgeboren veulen. Trillend en struikelend, maar niet te stoppen. De voorafspiegeling van de alles voorbij hollende kudde die eraan komt.”

“Niemand zal hier slapen vannacht”, Rachida Aziz. Uitgeverij: EPO, € 19,90. ISBN: 9789462671003.

Gerard Zijlstra
http://www.doorbraak.eu/niemand-zal-hier-slapen-vannacht/